Abdijkerk

 

Samen met de Korenmolen en museum De Korenschuur vormt de Abdijkerk het historisch erfgoeddomein van Oud Loosduinen. De kerk werd gebouwd in de periode 1230-1234 en is daarmee ouder dan de Ridderzaal. Beider bouw markeert een rijke periode van het 13de eeuwse Huis van Holland. Het startsein voor de bouw van het latere Binnenhof werd gegeven door graaf Floris IV, die samen met zijn gemalin gravin Machteld ook de stichting van de Abdijkerk mogelijk maakte.


Eenmaal binnen ervaar je de intieme sfeer van een doorleefd verleden. Vanuit de kloostergang betreed je de kerk via een 13de eeuws poortje met tufstenen zuiltjes en klaverbladmotief. Hier bewaren de hoge witte wanden een schat aan eeuwenlange herinneringen; van huwelijk en doop, vrede en oorlog, van vreugde en troost.

MEETINGS en ORGELCONCERTEN
De kerk is ingericht met drie kroonluchters, twee gedenkborden, het 18de eeuwse Reichner-orgel en een 17de eeuwse preekstoel. Naast de erediensten die hier alle zondagen plaats vinden, biedt de Werkgroep Open Abdijkerk een breed scala aan meetings en hoogwaardige muziekoptredens. Bijgestaan door een vaste kring vrijwilligers nodigen zij bezoekers uit voor instrumentale en vocale muziek waarbij veelal het monumentale orgel centraal staat. We noemen enkele drukbezochte series: het Open Podium, de Zomermiddag Orgelconcerten, de Avondmuzieken en de Orgelconcerten bij Kaarslicht waarin nationale en internationale toporganisten het orgel bespelen. In mei 2017 zal de Abdijkerk voor de eerste keer het decor zijn voor theater, met de voorstelling ‘Het Wonder van Margaretha en de Geboorte van Den Haag’.

 


Met een volle agenda aan culturele activiteiten wil de Abdijkerk participeren in de veranderende samenleving. Om meer zicht te krijgen op haar betekenis als dynamisch erfgoed, belichten we hieronder de boeiende geschiedenis van de kerk.


REICHNER ORGEL en MUZIKALE ONTMOETINGEN 

Behalve dat de kerkdeur gedurende het hele jaar open staat voor orgelconcerten, bent u tijdens de jaarlijkse Open Monumentendag ook welkom. Dan kunt u zelf het prachtige orgel bespelen. Organist Vincent Hildebrandt vertelt:
‘Het orgel is gebouwd door de Haagse orgelmaker Joachim Reichner. In 1780 maakte hij de bovenste kas en in 1791 voegde hij de onderste kas daaraan toe. Inwendig is het orgel in 1856 verbouwd door de firma Bätz & Co. Daarna volgden de werkzaamheden van de orgelmakers De Koff (1908) en Flentrop (1975). In 2006 volgde weer een grondige restauratie, nu met uitbreiding van nieuw pijpwerk voor een zelfstandig pedaal. Een deel van dit pedaal-pijpwerk is afkomstig uit het oude Witte-orgel van de Haagse Kloosterkerk. Het karakteristiek sonore 19de eeuwse klankbeeld van het orgel is met deze restauratie weer volledig hersteld’.

 

Wandbord met bekkens
           Rederijkersbord

 

TWEE GEDENKBORDEN
In de kerk hangen twee wandborden die de Legende van Loosduinen van 1276 levend houden. De bekendste draagt de twee doopbekkens waarmee de Utrechtse bisschop Guido de 365 kinderen gedoopt zou hebben. Daaronder staat de miraculeuze geboorte in het Nederlands en het Latijn beschreven. Het zijn niet de originele schalen, mogelijk zijn die rond 1574 door de Spanjaarden gestolen. Maar wat een geluk dat de toenmalige predikant Jacob Cornelisz. van Meurs zo trots (of slim?) was om de pelgrimage naar zijn kerk te laten voortbestaan. Hij liet een nieuw wandbord maken, kocht in Delft twee nieuwe bekkens en gaf opdracht om het geheel (weer) aan de muur te bevestigen. Na al die eeuwen hebben we daar nog veel plezier van, want zowel de legende als het wandbord hebben niet alleen onvruchtbare vrouwen aangetrokken, maar ook vele schrijvers die er de meest fantasievolle bespiegelingen op los lieten.

Het tweede gedenkbord (1625) draagt de lijfspreuk ‘door duynen bevrijdt’ van de Loosduinse Rederijkerskamer ‘De Groene Oranjespruyt’. In de 16de en 17de eeuw speelden de Rederijkerskamers een belangrijke rol in het culturele leven van o.a. het Westland. Hun passie was het schrijven en voordragen van toneelstukken, gedichten en liedteksten. Dit wandbord is afkomstig uit de toenmalige herberg ‘Het Wapen van de Prins van Oranje’, destijds het huurlokaal van de Loosduinse Rederijkers. Foto: Gerard Dukker.

 


PREEKSTOEL
Tot de inventaris behoort ook een rijk uitgevoerde preekstoel (1629), afkomstig uit de Hervormde Kerk van het Noord-Hollandse Wijdenes. De preekstoel werd pas later bij de restauratie van 1974 in de kerk geplaatst, monumentaal oprijzend achter het doophek met doopboog en lezenaar (1737). Bijzonder detail: de preekstoel is als enige in Holland, beschilderd met de Tien Geboden.

 

 

 

 

 

 


MIDDELEEUWSE TOREN 

De vanaf 1587 functionerende klok werd in 1941 vervangen. Het nieuwe exemplaar werd echter reeds twee jaar later door de Duitse bezetter gevorderd voor de oorlogsindustrie en keerde niet terug. In 1952 kwam de nieuwe luidklok die voorzien werd van een toepasselijke tekst en het gekroonde wapen van de gemeente Den Haag. Dit geeft aan dat de klok en de toren eigendom zijn van de gemeente Den Haag. De klok wordt voor kerkelijke doeleinden gebruikt, daarnaast klinkt zij iedere dag om 12.00 uur.

 

 

 

 

 

 


GEEN WINDHAAN maar IJZEREN KLOMPEN
Toen in 1894 de oude windvaan aan vervanging toe was, kreeg de toren niet de klassieke weerhaan als nieuwe vaan, maar … twee ijzeren klompen. Hiertoe werd opdracht gegeven aan een gemeentelid, de smid Dirk Hartman. De klompen zouden een gepaste verwijzing zijn naar het nijvere tuindersvolk van Loosduinen. Gaandeweg in de 20ste eeuw won de Dorpskerk aan populariteit en gebruikten de Loosduiners in alle gemeenzaamheid de naam ‘Ouwe Jan’ voor het oudste gebouw van Loosduinen.

 

 

 

 

 

 

 

DE ABDIJKERK ADEMT GESCHIEDENIS en TOEKOMST 
Loosduinen telt twee middeleeuwse erfgoederen. De archeologische fundering van de De Stenen Kamer in Park Madestein stamt uit 1281 en onderging in 2008 een grondige restauratie. De Abdijkerk is echter het enige overeind staande gebouw dat alle eeuwen heeft getrotseerd. Deze pagina sluit af met de boeiende geschiedenis van deze kerk, waarmee we mogelijk meer zicht krijgen op haar aanvullende betekenis als cultureel centrum in de 21ste eeuw, voor Loosduinen en daarbuiten.

 

12de eeuw: van houten kapel naar stenen klooster met kerk  
Op de plaats van de huidige kerk bevond zich begin 12de eeuw de hofstede ‘Losdun’, een verzameling van hoeven die in bezit was van de voorouders van graaf Floris IV. Op dit domein was ook een hofkapel in gebruik. Deze houten kapel werd reeds in 1186 genoemd als locatie voor het huwelijk van graaf Dirk VII en gravin Aleid van Kleef. Op initiatief van graaf Floris IV en gravin Machteld werd op dit grondgebied omstreeks 1229 gestart met de bouw van een klooster voor adellijke vrouwen. Na het klooster volgde de kerk. De gebouwen werden door Vlaamse monniken van de Cisterciënzer kloosterorde opgetrokken in romaans-gotische overgangsstijl, de zogenaamde ‘Scheldegotiek’. Het klooster en de kerk werden rijk begiftigd met voorrechten en wereldse bezittingen door de welgestelde families van de adellijke nonnen en eveneens door de graven en gravinnen van het Huis van Holland. Zo kwam ook het dorp Loosduinen tot bloei – waar boeren, tuinders en ambachtslieden ruim werk vonden als leveranciers en dienstverleners van het klooster.

 

13de eeuw: de Legende van Loosduinen
Van alle herinneringen door de eeuwen heen herbergt de Abdijkerk wel een heel bijzonder bewaard geheim: de Legende van Loosduinen, oftewel het Wonder van Margaretha uit het jaar 1276. Nog eeuwenlang na deze ongeloofwaardige geschiedenis kwamen pelgrims naar de kerk om het graf van de gravin te bezoeken. Onvruchtbare vrouwen gingen op bedevaart naar Loosduinen in de hoop alsnog zwanger te worden. Tal van persoonlijke reisverslagen, fantasievolle verhalen en officiële kronieken vertelden over de legende en de pelgrimstochten, waarmee (ook) het Loosduinse dorp internationale bekendheid verwierf.

 

14de / begin 15de eeuw: het losse Loosduinse kloosterleven 
Het klooster, samen met de kerk het middelpunt van de gemeenschap, kwam midden 14de-eeuw in opspraak. De nonnen zouden zich meer met wereldse dan met geestelijke zaken bezig houden en hoge gasten schenen er de nacht door te brengen met andere bezigheden dan de slaap alleen. De Loosduinse kwestie bracht het Grafelijk Hof zodanig in beroering dat de aanstaande graaf Willem V persoonlijk ingreep. Op basis van bewezen rapporten liet hij de kloostertucht herstellen. Daarna behielden de zusters alsnog een tamelijk ruime individuele vrijheid. Maar de nieuwe richtlijnen voor een eerzame kloosterorde wierpen hun vruchten af, zodat hertog Filips van Bourgondië in 1453 kon bevestigen ‘er wordt devotelijk geleefd en de regels worden naar behoren onderhouden’. Gaandeweg sprak men weer met lof over de nonnen. De giften namen toe en de abdij werd rond 1500 vergroot en verbeterd, hetgeen heeft geleid tot de economische bloei van het dorp Loosduinen.

De Loosduinse dichter Jacob Westerbaen schreef in zijn hofdicht ‘Arctoa Tempe’ (1654) uitvoerig over de 13de eeuwse legende en het 14de eeuwse, roerige kloosterleven aldaar.

 

16de eeuw: plundering, verwoesting en wederopbouw  
In de 16de eeuw beleefden de kerk en het klooster opnieuw een economische teruggang. De politieke en kerkelijke verhoudingen waren gespannen. In 1566 brak de beeldenstorm uit, waarbij het klooster echter gespaard bleef. De landing in 1572 van de Watergeuzen in het Westland zou uiteindelijk het einde van de Loosduinse Abdij betekenen. In 1573 werd de kloostergemeenschap door de Geuzen gesommeerd hun gebouwen te verlaten. Alhoewel de Geuzen tegen de vijandelijke Spanjaarden vochten, roofden zij zelf ook naar hartelust. Zij plunderden in 1574 de abdij en de kerk, waarna de restanten andermaal door de Spanjaarden werden verwoest. Dit betekende niet alleen de vernietiging van de abdij, maar ook van vrijwel het gehele kloosterarchief. Van het klooster resteerde slechts nog een deel van de kapel, welke in 1580 als kerk door de Staten van Holland in gebruik werd gegeven aan de na de Reformatie ontstane gemeente, toen Gereformeerde Gemeente genoemd. 
De toenmalige predikant begon met het verwijderen van de puinhopen en de opbouw van de kerk, waarvoor de stenen van het verwoeste klooster werden hergebruikt. Na jaren van bouw- en timmerwerk kreeg de toren in 1587 een heus uurwerk met een luidklok.

 

2016: wat is het oudste deel van de Abdijkerk?
Zoals de meeste historische kerkgebouwen kent ook de Abdijkerk een lange geschiedenis van bouw en verbouw, gepaard gaande met afbraak en talloze restauraties, en dan ook nog met gebruik van verschillende steensoorten en bouwnaden. Van alle restauraties is die van de periode 1970 t/m 1974 het meest ingrijpend. Het dak ging er letterlijk af en de in 1908 aangebouwde zijbeuken werden weer verwijderd. De middeleeuwse kerk kreeg zoveel mogelijk haar oorspronkelijke gedaante terug. De oostgevel werd herbouwd en naast de kerk kwam de kloostergang terug. Voor ontmoeting en samenkomst werd de kerkzaal aangevuld met de ontvangstzaal en enkele vergaderruimten.

Het oudste deel van de kerk is het oostelijke gedeelte van het schip uit ca. 1250, dat duidelijk volgens de regels van de Scheldegotiek is opgetrokken. De toren, uitgesproken Vlaams van karakter, en het westelijke gedeelte van het schip stammen uit het eind van de 13de eeuw.


Abdijkerk Loosduinen

Willem III straat 40, Den Haag • 070-3974182 • ams@casema.nl • www.abdijkerk.info  routeplanner