Historie

 

Gewoonlijk wordt de Ridderzaal aangemerkt als het beginpunt van de Haagse geschiedenis. Maar als we de historie nader beschouwen zien we dat het initiatief tot de stichting van het Binnenhof verklonken is aan Loosduinen en graaf Floris IV, de vader van Margaretha van Henneberg. Op deze pagina lezen we over zijn kortstondige leven, zijn afkomst en nageslacht van het roemruchte Huis van Holland.

ca 900-1299    DE GRAFELIJKE DYNASTIE van het HUIS VAN HOLLAND
Gerulf, een Friese graaf, geldt als de stamvader van het Huis van Holland. In 889 kreeg hij van de Oost-Frankische koning een aantal goederen, als beloning voor het verdrijven van de Noormannen uit het kustgebied. Door strijd en schenkingen kwamen de graven tot kerngebieden als Rijnland en Kennemerland. Bij Egmond stichtten zij hun eerste Abdij, waarna de grafelijke familie onder meer in Haarlem en Leiden een hofstede had. Eind 12de eeuw stichtte Floris III zijn hoeve op de strandwal van ‘Losdun’. Bekend is het huwelijk aldaar in 1186 van zijn zoon graaf Dirk VII met Aleida van Kleef.

In 1230 schonken graaf Floris IV en gemalin gravin Machteld hun Loosduinse bezittingen aan adellijke nonnen. Van het gehele Cisterciënzer kloostercomplex heeft alleen de huidige Abdijkerk alle eeuwen getrotseerd. Met klooster en kerk kreeg het dorp Loosduinen een aanzuigende werking. Het klooster werd gefinancierd door adellijke families en ambachtslieden trokken er naar toe voor werk en woning.

Verder weg op de zelfde strandwal vond Floris IV een andere hoeve, voor de jacht gunstiger gelegen bij bos en duinmeer. Naar men aanneemt kocht de graaf een agrarisch domein van Dirk van Wassenaer, de plek van het huidige Binnenhof, dat eerder in het bezit was van Vrouwe Meilendis. De dorpen Die Haghe en Loosduinen lagen aan de doorgangsroute van Leiden naar ’s-Gravenzande, de plaatsen waar de Graven van Holland ook een woonstede hadden. Helaas kon Floris IV de afbouw van de nieuwe hofstede niet meemaken, want hij sneuvelde in 1234 bij een riddertoernooi in Frankrijk, naar verluidt vanwege een crime passionel.

 

Portret graaf Floris IV
Portret Graaf Floris V

 

Bij zijn dood liet Floris IV zijn zevenjarige zoon Willem als opvolger na. Eenmaal aan de macht bevorderde graaf Willem II de handel, stimuleerde de ontwikkeling van de steden, kondigde ter voorkoming van overstromingen een eerste keur op waterbeheer af en veroverde een machtige positie in de internationale politiek. In 1248 werd de graaf te Aken tot Rooms-Koning van het Duitse Rijk gekroond. Gelauwerd keerde hij terug naar ‘Die Haghe’ om de hoeve van zijn vader uit te breiden tot een ‘conincklijk palleys’. Alvorens hij door de paus in Rome tot keizer gekroond zou worden, wilde hij de opstandige West-Friezen onderwerpen. Zijn zegetocht mislukte: in 1256 zakte Willem II met paard en al door het ijs en werd door de West-Friezen vermoord.

 


Het zou kunnen dat de bouw van het grafelijk hof vertraging opliep doordat de drie initiatiefnemers gedood werden:
Floris IV tijdens een riddertoernooi (1234) en
Willem II bij een veldslag tegen de West-Friezen (1256).
Floris V werd dood gestoken door ontevreden edelen (1296).


Foto: detail staalgravure, 1842
’Graaf Willem II zakt bij Hoogwoud door het ijs’,
J.W. Kaiser, naar tekening Reinier Craeyvanger, 1839-1841. Collectie: Rijksmuseum

 


Graaf Floris V
, zoon van Willem II, voltooide rond 1290/1295 de bouw van de Grafelijke Zalen, met centraal de Grote Zaal (pas later de ‘Ridderzaal’ geheten) als symbool voor vorstelijke macht en koninklijke allure. Deze graaf was geliefd bij het volk, waarmee hij de bijnaam ‘der keerlen god‘ (god van de boeren) verwierf. Terwijl Floris V in het buitenland zijn machtspositie aanzienlijk vergrootte, ondervond hij binnen het graafschap tegenstand van vooraanstaande edellieden. Tijdens een valkenjacht in 1296 werd hij ontvoerd, vervolgens opgesloten in het Muiderslot en daarna vermoord. Gijsbrecht van Amstel was een van zijn belagers.

 

foto-jantje-pieter-musterd-nieuw-website-2
De moord op Floris V luidde het einde in van het Huis van Holland. Zijn zoon Jan I stierf jong en kinderloos in 1299, waarna Holland in handen kwam van het Henegouwse Huis.

Sinds 1981 siert het bronzen beeld ‘Haags Jantje’ het wandelpad op de Lange Vijverberg. Het jongetje met de pluim op zijn hoed wijst naar het torentje van het Binnenhof.

Hij is zeer geliefd bij de Hagenaars, evenals het liedje ‘In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje. Als je vraagt waar woont je Pa, dan wijst hij met zijn handje…’.

 

 

Beeldhouwer: Ivo Coljé
Foto: Pieter Musterd

 

 

1248-1998      750 JAAR DEN HAAG
Willem II zou met zijn grafelijk hof (o.a. de huidige Rolzaal en Lairessezaal) de basis gelegd hebben voor de stad Den Haag als bestuurscentrum en vorstelijke residentie. De gemeente koos in 1998 het jaar 1248 als zijnde het ‘geboortejaar’ van de stad, met tal van jubileumfestiviteiten onder de vlag ‘750 Jaar Den Haag’.

Op de top van de fontein van het Binnenhof troont het vergulde beeld van Willem II. Het geheel is in 1885 geschonken door Jhr. Victor de Stuers en 86 andere Haagse inwoners. De tekst op de fontein luidt: Ter nagedachtenis van Willem II Roomsch Koning en Graaf van Holland, begunstiger der stedelijke vrijheden, beschermer der kunst, stichter der kasteelen in ‘s-Gravenhage en Haarlem.    linker foto: Evelien Henstra

 

2-4-historie-foto-fontein-eveline-henstra-22-9-16-2 2-5-historie-foto-beeld-willem-ii-wais

 

1276     DE LEGENDE VAN LOOSDUINEN  –  HET WONDER VAN MARGARETHA
Nadat Willem II in Aken tot Rooms-Koning werd gekroond, trouwde zijn zus Margaretha in 1249 in Mainz met de Thüringse graaf Herman I von Henneberg-Coburg. Deze verbintenis zou een strategische bemiddeling van haar broer zijn geweest, om zijn koningschap van het Rooms-Duitse Rijk te versterken met de steun van de invloedrijke Henneberg dynastie. Margaretha en Herman woonden merendeel in het familiekasteel te Coburg en op andere plaatsen in Duitsland, maar van tijd tot tijd verbleven zij ook in een hofstede bij Loosduinen. Dit mottekasteel lag op een verhoogde terp (motte) in de omgeving van het klooster. Bronnen vermelden tevens haar veelvuldige bezoeken aan haar moeder gravin Machteld in ’s-Gravenzande en hun gezamenlijke bezoeken aan de Abdijkerk en het nonnenklooster in Loosduinen.

Met haar bevalling van 365 kinderen schreef gravin Margaretha geschiedenis en verwierf de Abdijkerk internationale vermaardheid als bedevaartplaats voor kinderloze vrouwen. Tot in de 17de eeuw bezochten zij de Abdijkerk om de doopbekkens aan te raken, in de hoop door de magie van de legende vruchtbaar te worden.

 


Foto: houten wandbord met de doopbekkens en het verhaal over de legende in het Nederlands en het Latijn. De originele bekkens zijn bij de vernieling van de Abdijkerk tijdens de Tachtigjarige Oorlog verdwenen c.q. door de Spanjaarden gestolen. Het wandbord zoals afgebeeld is gemaakt in de 17de eeuw. De bekkens zijn in die zelfde tijd in Delft gekocht, ter vervanging van de originelen. Nog altijd is het wandbord in de Abdijkerk te bezichtigen.


GESCHIEDSCHRIJVING  –  LEVENDE LEGENDE
De legende werd reeds vermeld in de Kronyk van Holland (tussen 1349 en 1356), geschreven door Clerc uten laghen landen bi der see. Maar ook nog eeuwen daarna bracht het mirakel vele pennen in beweging. Hoewel enkele schrijvers twijfelden aan de waarheid ervan, en ook Erasmus (1467-1536) het als een fabel beschouwde, waren er anderen die de overlevering enige schijn van echtheid toebedeelden. In 1654 schreef de Loosduinse dichter Jacob Westerbaen over de legende in zijn hofdicht Arctoa Tempe, waaruit blijkt dat ook toen nog vrouwen naar de Abdijkerk gingen in de hoop op kinderen. Zijn dichtersvriend Constantijn Huygens benoemde de legende in zijn gedichtenbundel ‘Stede-stemmen en Dorpen’ (1624).

 


In 1660 werd Loosduinen ook bezocht door de Engelse kroniekschrijver Samuel Pepys. Dankzij zijn schilderachtige verhalen was deze levensgenieter een graag geziene gast bij de hogere Londense kringen. In een van zijn beroemde dagboeken schreef hij:
‘We zagen de heuvel waar ze zeggen dat het huis heeft gestaan waarin de kinderen zijn geboren. De bekkens, waarin de jongetjes en meisjes zijn gedoopt staan voor een groot bord aan de muur, waarop het hele verhaal in het Hollands en in het Latijn wordt vermeld’.

 

Recente uitgaven, o.a.: ‘Eens door Euroop vermaard’ van A. Molenkamp en J. Bondeson (1995) en ‘Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland’ (2014), met opname ‘Holland, Margaretha van (1234-1276)‘ van Dimphéna Groffen.

 

Foto:
Kalkstenen beeldje eind 13de eeuw, dat blijkens het wapenschild een Hollandse gravendochter voorstelt. Aangenomen wordt dat het gravin Margaretha of gravin Aleid betreft, de dochters van graaf Floris IV en gravin Machteld. Uit: boek ‘Graven van Holland‘, D.E.H. De Boer en E.H.P. Cordfunke, WalburgPers

 

 

 


GRAVIN MACHTELD VAN HOLLAND
Tijdens haar huwelijk met Floris IV baarde Machteld 5 of 6 kinderen, onder meer haar oudste zoon Willem en jongste dochter Margaretha. Floris IV en Machteld reisden van hof naar hof. Zo resideerden zij ook op landgoed Losdun, waar zij het nonnenklooster stichtten. In 1234 stierf Floris IV en werd ook dochter Margaretha geboren. Als weduwe leefde de gravin voornamelijk op het grafelijk hof in ‘s-Gravenzande. Zodra haar zoon Willem II meerderjarig was en als graaf het heft in eigen hand nam, trad Machteld regelmatig in zijn omgeving op. Zo bezegelde zij onder meer zijn eerste oorkonden. De graaf bracht ‘s-Gravenzande verder tot bloei en op aandringen van zijn moeder verleende hij het dorp in 1246 het stadsrecht.

Gravin Machteld kon veel grond weggeven omdat ze actief was als inpolderaar. Haar zorg voor hulpbehoevenden kwam ook uit vroomheid voort. Zij koesterde het klooster en de kerk en had affiniteit met bedelorden en de religieuze vrouwenbeweging. Gedurende haar hele leven zou gravin Machteld de door haar gestichte religieuze instellingen met rijke giften blijven steunen. Haar zoon Willem en dochters Aleid en Margaretha traden eveneens op als begunstiger en stichter van bedelordekloosters.

Foto: bronzen beeld ‘Gravin Machteld’, ’s Gravenzande, 1996.
Beeldhouwster: Ingrid Rollema.

 

 

RUSTPLAATS in LOOSDUINEN en MIDDELBURG
Na het bewogen leven van moeder, zoon en dochter, kregen zij een rustplaats die tot op heden onderwerp van geschiedkundige discussie is.
□ Machteld († 1267) en Margaretha († 1276) werden begraven in de Abdijkerk van Loosduinen.
□ Zoon Willem († 1256), Rooms-Koning en Graaf van Holland, dat wil zeggen zijn overblijfselen, vond zijn graf in de Abdijkerk van Middelburg. Dat gebeurde pas in 1282, toen zijn zoon graaf Floris V na 26 jaar het vermiste lichaam van zijn vader in Hoogwoud terug vond en hem alsnog een eervolle begrafenis gaf. Nadat Willem II tijdens een veldslag door het ijs was gezakt en door de West-Friezen vermoord, werd zijn lichaam aldaar verborgen gehouden.


De inhoud van deze pagina is door een historicus en andere ter zake kundigen nagelezen en is bedoeld als beknopte achtergrondinformatie voor bezoekers aan ‘Het Wonder van Margaretha en de Geboorte van Den Haag’.

Het muziektheaterstuk vond plaats op 12-13-19-20 mei 2017 in de Abdijkerk van Loosduinen en werd voorafgegaan door vier lezingen van drie historici: Herman Pleij, Willem Post en Ronald van der Spiegel.